Taal:
wie is er niet mee bezig? Blogs, twitters, tijdschriften,
polemieken,ingezonden
brieven, boeken. Er zijn heul veul mensen met evenveul meningen. Toch
zijn er ook mensen die zich meer met taal bezig houden dan anderen.
Daarom vraagt Milfje Meulskens hun mening over taal. Vandaag kondigen we met trots aan: Ann de Craemer! Zij schrijft wat af: romans, een literair-journalistiek boek, columns in diverse bladen, en sinds kort een taalcolumn in De Morgen, genaamd 'Ik hou van taal'. Nou, met zo'n titel kan Milfje haar natuurlijk niet ongeïnterviewd laten...
1. Wat
betekent taal voor jou?
Ik ben een schrijver, dus is taal mijn zuurstof.
Als ik een dag niet schrijf en dus een dag niet met taal mag spelen, krijg ik
ademnood. Taal is, zoals ik in mijn eerste taalblogpost voor De Morgen schreef, de schatkist waarin
ik elke dag gratis mag grabbelen om mensen te overtuigen, te ontroeren of kwaad
te maken. Ik kan me geen mooier werk dromen.
2. Wat
vind je van spellingsregels?
Het is, merk ik, een trend om spellingsregels
maar niets te vinden. Er zijn zelfs mensen die ervoor pleiten om ze helemaal af
te schaffen en iedereen gewoon te laten schrijven zoals we praten, maar tegen
dergelijke taalanarchie verzet ik me. Taal is een monument dat je moet
beschermen. De standaardtaal werd niet zomaar ingesteld: één taal voor alle mensen
in hetzelfde taalgebied is gewoon duidelijk en handig, en daar horen nu eenmaal
ook duidelijke spelllingsregels bij. Er wordt al genoeg aan nivellering gedaan,
ook in het onderwijs. Laat de spellingsregels maar een bastion blijven waar
niet aan geraakt wordt.
3. Erger
je je aan het taalgebruik van mensen?
O ja. Ik vind die ergernis zelfs stiekem
heerlijk. Als mensen ‘ik heb zoiets van’ zeggen, gaat mijn bullshitdetector
meteen snoeihard aan het loeien. Taal zegt namelijk ook zoveel over de
gebruiker ervan. Wanneer iemand het over zijn ‘kids’ heeft, dan zal ik, sorry, die
persoon dadelijk al minder mogen dan wanneer iemand gewoon zegt dat hij zijn
kinderen van school zal halen. Waar ik me nog het meest aan erger, is de
vaagtaal van managers en politici, die het hebben over ‘proactieve medewerkers’,
‘targets’, ‘faciliteren’, of, zoals ik een Belgische politicus dit weekend na
de verkiezingen hoorde zeggen: ‘We hebben ambitie om ambitieus te zijn in de
volgende regering’. Ze weten vaak zelf niet eens wat ze zeggen, maar het klinkt
natuurlijk lekker chique.
Niettemin: mijn fascinatie haalt het altijd
van mijn ergernis. Ik wil weten waarom
die mensen dat zeggen, of hen ermee confronteren – in mijn columns,
bijvoorbeeld. Als ik mijn ergernis omzet in fascinatie, en daar ook wat humor
aan toevoeg, hebben mijn lezers daar meer aan dan wanneer ik hen alleen met het
opgeheven vingertje toespreek.
4. Je
schrijft een column in De Morgen, getiteld 'Ik hou van taal'. Wat is het voornaamste
dat je hierin wilt overbrengen? M.a.w.: als over 10 jaar teruggekeken wordt op
deze reeks columns, wat hoop je dan dat lezers onthouden hebben?
Ik hoop dat ze mijn liefde voor taal onthouden,
en mijn humor. En mijn pleidooi voor de puntkomma, dat ik binnenkort zal
schrijven!
5. Je
schrijft op allerlei manieren: je hebt een journalistiek-literair boek
geschreven (waarvoor je genomineerd werd voor de Bob-den-Uyl-prijs), je
schrijft diverse columns, je hebt een Perzisch boek vertaald, en je publiceert romans.
Zijn dit allemaal verschillende vaardigheden, of denk je: 'schrijven is
schrijven'?
Nee, schrijven is niet zomaar schrijven. Bij
elk van die genres ga je toch anders te werk. Bij mijn journalistiek-literaire
boek over Iran spring ik anders met taal om dan bij mijn nieuwe roman die
binnen een paar maanden verschijnt. Soberheid van taal is altijd mijn
streefdoel, maar in een roman mag ik toch meer spelen met de taal. Taal is een
huis met verschillende kamers, en doordat ik al die genres beoefen, kan ik elk
daarvan verkennen. Heerlijk is dat.
6. Wat is
je lievelingswoord?
Desalniettemin.
Dat al die reaguurders op nieuwsfora onze taal
niet zo systematisch zouden verkrachten. De slordigheden en fouten die ik daar
lees… om misselijk van te worden. Sommigen gooien zomaar iets op het scherm, en
daarbij is de vorm vaak nog belabberder dan de inhoud. Voor die mensen wens ik
soms dat het internet niet bestond. Dan zouden ze de moeite moeten doen om een
vel papier te nemen en stil te staan bij wat ze neerschrijven.
8. Wier of
wiens taalgebruik vind jij inspirerend?
Nu en tot het einde der tijden: Willem
Elsschot. Zijn sobere taalgebruik is door geen enkele schrijver geëvenaard.
9. Welke
taal zou je nog wel eens willen leren en waarom?
Turks. Vind ik zo’n heerlijk zangerige taal –
het klinkt als poëzie, hoewel ik er geen woord van begrijp.
10. Ken je
nog een leuke woordgrap, taalgrap of taalspelletje?
In de zeer populaire Vlaamse fictiereeks Het Eiland kon een van de personages,
Sammy Tanghe, achterstevoren praten. Nog mooier is dat de acteur die Sammy Tanghe
speelde dat ook zelf kan. Heerlijk. Ook dit meisje kan het!
eindelijk: Willem Elschot - ik zat er zo lang op te wachten.
BeantwoordenVerwijderenWillem Elschot schrijft in een voorwoord voor Tsjilp en De Leeuwe(n?)temmer hoe hij schrijft: elk woord in een zin denkt hij over na en weegt het effect, fantastisch. Close is overigens Gerard Walschap. Beiden schrijven romans, klein in aantal bladzijden, maar volledig, ik wou dat ik het zo kon.
Leve Gerard Walschap! Mijn grote literaire voorbeeld.
BeantwoordenVerwijderen