Translate Milfy!

dinsdag 29 november 2016

Zeven of zeuven, juli of julij?

door Marten van der Meulen

Communicatie werkt het best als je elkaar goed begrijpt. Helaas zit taal vol van woorden die hetzelfde betekenen of die die klinken als andere woorden. Om nog maar te zwijgen van onduidelijk pratende mensen. Verwarring ligt dus op de loer. Gelukkig weten we uit context vrijwel altijd op te maken wat er wordt bedoeld (en anders hebben we nog reparaties!). Echte dubbelzinnigheid is dan ook zeldzaam: als je een bord "weg om legging" ziet staan moet je misschien even nadenken, maar uiteindelijk zal iedereen het echt wel goed interpreteren. Toch zijn er een paar gevallen waarin woorden zóveel op elkaar lijken, dat het onhandig is. Maar daar hebben we een truc op bedacht, en daarom zeggen we zeuven en julij.

De gevallen waar we het over hebben zijn juli/juni en zeven/negen. Twee keer twee woorden die qua klank veel op elkaar lijken, en die qua betekenis erg dicht bij elkaar liggen (twee opeenvolgende maanden, twee bijna opeenvolgende cijfers). Dat kan onhandig zijn. Ik heb wel eens perrongeluk een ticket geboekt voor juni in plaats van juli: foutief gehoord, kostte me 70 euro. Maar mensen zijn als water: ze zoeken altijd de makkelijkste weg. Dat levert de volgende taalinnovaties op:

zeven - zeuven. Over deze uitspraak is de uitleg van het INT (toen nog het INL) onnavolgbaar duidelijk (lees na de link meer over de dialectische vorm):

"Zeuven was (...) een dialectische vorm (o.a. Brabants), naast de standaardtaalvorm zeven. Omdat deze vorm een welkom middel bleek om het getal te onderscheiden van negen, werd de uitspraak zeuven voor radio- en telefoonverkeer gebruikt. Op deze manier raakte de vorm ook ingeburgerd bij niet-dialectsprekers."

Kijk, dat lijkt me volkomen helder. Twee dingen zijn nog interessant: waarom hebben we niet ook neugen voor negen, en hoe heeft die verspreiding plaatsgevonden? Wat betreft die eerste vraag: blijkbaar was één divergerende vorm genoeg, en is gekozen voor een vorm waarvoor dus al precedent was. Wat betreft die laatste vraag: je staat er misschien niet zo vaak bij stil, maar een taalverandering vindt niet *vingerknip-boem! plaats. Nieuwe vormen worden vaak doorgegeven van persoon op persoon, afhankelijk van sociale netwerken en het prestige dat mensen daarin hebben. Zo'n voorbeeld als zeuven is een leuke casus om die verspreiding eens nader te bekijken. Een mogelijk bron hiervoor zouden de radiobulletins in database Delpher kunnen zijn. Wie heeft er nog een student zonder scriptieonderwerp?

Juli, julij, juni, juno - Ach kijk toch eens, de mogelijke verwarring tussen juli en juni wordt zelfs twee kanten op opgelost! Leve onze creatieve taalgebruikerts! Julij is, aldus het WNT, sowieso de oudere spelling, en dus, mag men aannemen, ook de oudere uitspraak (vgl ook deze heerlijke zomerhit). Voor juno is geen verklaring voorhanden, behalve dat het echt nieuw is. Wel oppert de neerlandicus Pim de Vroomen in 1969 al dat de uitspraak juno voor juni de herkomst van het woord (de godin Juno) meer op de voorgrond plaatst. Niet implausibel. De Vroomen meldt ook dat in ieder geval op één plaats 'zeuven' al wordt aangeleerd in plaats van zeven. Je kunt je afvragen of dat nodig is. Meestal begrijpen we het immers prima: zeuven, juno en julij zijn hulpvormen voor een specifieke context.

Het is waarschijnlijk juist die overextensie van de vorm die irritatie oproep (ook al is het dus gewoon in dialect). Zoals altijd zijn er mensen die zich ergeren aan het gebruik van de afwijkende vormen. Dat is boeiend: je kunt je nauwelijks voorstellen dat die mensen tegen succesvolle communicatie zijn (hoewel, de gemiddelde taalpurist is sowieso hypocriet, dus waarom niet ook tegen communicatie). De weerstand lijkt een sociaal component te hebben, vooral met zeuven. De eu-klank wordt (volgens mij) grappig genoeg geassocieerd met hogere klasse, met kakkers (ook al komt het uit dialect). 

Hoe dan ook, irritatie vinden wij maar iets voor dommerdjes, pederasten en navelstaarders. Gebruik dus lekker zeuven en julij. Maar, zoals onze Angelse buufjes zeggen: met een beetje kom je een eind. Je kunt dus ook best de gewone termen gebruiken. Weet je wat: gebruik ze gewoon lekker door elkaar. Vrije variatie is de vijand van de purist. Dat zal ze leren!

4 opmerkingen:

  1. Ik kan me ook voorstellen dat de (vroegere) militaire dienstplicht heeft bijgedragen aan 'zeuven'. Toen ik in dienst zat (midden jaren 90) werd ons geleerd te kommuniceren per portofoon (en de net nieuwe mobiele telefoon). Naast het NAVO-alfabet en vaste codes om het gesprek te struktureren, werd ons ook geleerd om altijd 'zeuven' en 'negen' te zeggen, om ze zo verschillend mogelijk te laten klinken. Ook moesten we 'derie' zeggen (dus met sjwa tussen de /d/ en de /r/) om het verschil in klank met 'vier' zo groot mogelijk te maken. Aan de telefoon doe ik dat nog steeds als ik bijvoorbeeld een postcode of telefoonnummer moet doorgeven, ik kan me voorstellen dat dat gebruik zich ook bij andere ex-dienstplichtigen heeft genesteld en zo landelijk verspreid is geraakt. Dus niet alleen door het vaak te horen, maar door aktieve training in het gebruik (ooit ging tenslotte een groot gedeelte van de jonge mannen in dienst, en dat was ook een plek waar veel dialektsprekers voor het eerst dagelijks Standaard-Nederlands moesten spreken vanwege de vaak nogal gemengde afkomst van eenheden).

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dit lijkt me een plausibele hypothese Erik, juist omdat het om gebruik gaat en niet alleen horen. Sowieso is dit een WAANZINNIG interessant onderwerp voor minstens een promotieonderzoek: in hoeverre heeft de dienstplicht bijgedragen aan de verspreiding van de standaardtaal? Ik vraag me af of hier al onderzoek naar gedaan is... Sjonge, ik zou het anders zelf wel willen doen (zeker omdat mijn vader gepromoveerd is op de dienstplicht, dat zou wel echt een enorm dynastie-imperium opleveren).

      Verwijderen
    2. Als ik me goed herinner, moest je (in geschreven taal) ook een dwarsstreepje door de 7 zetten om misverstanden met de 1 te voorkomen.

      Verwijderen
  2. In 'Het einde van de standaardtaal' merkt Joop van der Horst op: "Verschillende onderzoekers hebben wel eens gewezen op de rol van de militaire dienstplicht" (m.b.t. de uitspraaknorm, blz. 225 in de uitgave die ik bezit). Helaas vermeldt hij er niet bij welke onderzoekers.

    BeantwoordenVerwijderen