Translate Milfy!

dinsdag 26 februari 2013

De prinses met de kuisheidsgordel: hoofdstuk 1


Oei lieve lezertjes, konden jullie ook niet wachten op een nieuw, spannend, om-je-baard-bij-af-te-likken erotisch taalavontuur? Nou, dan is jelui geheime wens in vervulling gegaan, want hier is Milfje met een nieuw avontuur. 



Lang, lang geleden, in een land hier ver, ver vandaan, was er eens een prinses. De prinses heette Genidé. Ze was 18 jaar, en ze bezat zó’n intrinsieke, mensoverstijgende schoonheid  dat zelfs alle stiefzusters, geitjes en spiegels hadden geprobeerd haar sexueel te benaderen. De prinses kreeg natuurlijk al op jonge leeftijd een warm gevoel van al die aandacht. Of er ook DAADwerkelijk iets gebeurd is zal altijd wel gehuld blijven in de misten van het magische Men-Zal-Niet-Schrijven-Over-Sex-Met-Minderjarigen.
In ieder geval, haar vader, Koning Nauwen, vond al die aandacht voor zijn enige dochter maar niks. Ondanks het feit dat de oude bok zelve zeur graag op zijn tijd een groen blaadje verschalkte (lees: zo uitwoonde dat des groenes heur blaadjes na afloop weer terug in de kom moesten worden geduwd), gunde hij zijn dochter die pleziertjes niet. Op haar 17e escaleerde de ganzen situatie de pan uit: de hele Hoge Raad van de koning was dusdanig gecharmeerd van het jonge aardbeitje dat de prinses inmiddels geworden ware, dat het land volledig op zijn bips lag: zoals we allenmaal weleens aan den lijve ondervonden hebben (rrrrr) regeert het knap lastig met een kloppend lid in je broek dat de hele tijd om aandacht vraagt. Koning Nauwen moest iets verzinnen, en dat deed hij dan dus ook subiet.
         En aldus geschiedde het dat de koning prinses Genidé op haar 18e verjaardag meenam naar een blinde smid, die met trillende handen (en een keihard kloppende vleesstaaf onder zijn nauwsluitende leren schort) de prinses een kuisheidsgordel aanlegde. En de prinses was in tranen: het was namelijk meteen afgelopen met de aandacht, en de ministers verlegden hun pielemuisjes en hun aandacht terug naar het midden van de broek respectievelijk het land. En de jachthonden, dewelke haar eerder als wilde honden hadden gelikt, waren ook al afgemaakt dus dat maakte überhaupt niks meer uit. En de prinses weende bittere tranen, moederzielig alleen op haar kamertje.
         Maar de prinses had een kamenierstertje, een gewiekst wichtje uit de spreekwoordelijke polder dat goed overweg kon met spinnenwielen en dat komt altijd van pas in sprookjes. Deze spinster zei letterlijk: “Maar lieve prinses, waarom huil je niet! Wel! Niet! Wel!?” (want ze had een heel rare aandoening waardoor ze het constant met zichzelf oneens leek te zijn). De prinses, die het rare gebrabbel van het lomp-domme, vadsig-lobbige gruwelwijfje allang gewend was, snikte onbedoeld: “Ach, wee, kamenierstertje, dit paleis is zo’n loeisaaie bedoening zo met die grendel voor mijner genotsgrot. Ik kan flirten en pronken en flonkeren wat ik wil, maar aandacht, neen!” Het kamenierstertje was stupefait, flabbergasted en met stomheid geslagen (au). Maar niet lang, want daar sprak ze alweder: “Maar schone prinses! Weet U dan wel niet… Kunt U dan niet wellicht wel… Jeweettog…, niet?” De prinses kreeg letterlijk ogen als schoteltjes toen het tot haar doordrong (au) dat er wellicht een oplossing was voor haar onvrijwillige drooglegging. Haar preutse dienaresje probeerde zo verhullend mogelijk uit te leggen wat ze bedoelde.
     “Nou, je kunt dus zelf, uhhh, met je vingers, je eigen erwtje doppen, oftewelniet, ehmm, de poes voeren, ehm, ja ziet U, nee ik bedoel niet zien, maar dat je dus met je uitstekende lichaamsdelen je instulpende lichaamsdeel beroert en alzo de vijver vol laat lopen, ja toch, of niet dan soms.” Nu moest de deerne maken dat ze wegkwam, want daar begon de prinses meteen een poging te ondernemen in de schone kunst der onanie.
         En onaneren kon ze, onze prinses Genidé. Achttien lange jaren had ze het landschap om het paleis verkend met zijn plonzende watervallen, puntige pieken, diepe zeeën en hete bronnen. In luttele weken ontdekte ze nu haar inwendig landschap, alwaar ze navenante watervallen, pieken, zeeën en bronnen vond. Pijlsnel hervond ze haar joie-de-vivre en deed haar nieuwe motto eer aan: een dag niet geclitsjoeld is een dag niet geleefd!
         De kuisheidsgordel weerhield de prinses er nooit meer van om zichzelf toch af en toe een klein pleziertje toe te staan (lees: zich dusdanig uit te wonen dat de bebloede lakens na afloop moesten worden weggegooid en de kippen een week van de leg waren van haar door merg en been gaande genotsgekerm). Probleem was echter dat ze toch al snel genoeg kreeg van heur klein duimpjes en vingertjes zo rank: ze wilde iets dikkers! Maar ze kon nou niet direct naar de Seksshop Hans op de hoek kon rennen voor een vibratortje: opgesloten als ze zat moest ze inventief zijn, en dat werd ze dan ook al snel. Hoewel ze aanvankelijk wel wat geëxperimenteerd had met verschillende metalen, houten en keramieken voorwerpen, kwam ze er gauw achter dat haar veurkeur toch wel uitging naar eetbare voorwerpen uit de keuken, omdat die ook een beetje leefden, en ze hield er wel heel erg van iets levends in zichzelf op te nemen. Kort gezegd: er was nauwelijks een groente die ze niet op een of ander moment wel op de een of andere manier in haar tweede mondje had weten te proppen. Ze mocht inmiddels wel een autoriteit worden genoemd op het gebied der plantaardige dildovervangers, en ze was om die reden dan ook een bron van gegiechel bij haar hofdames wanneer die eens een beetje rum in de thee deden en het onderwerp afd(w)aalde naar de Zaken des Onderbuiks. De prinses mocht graag vertellen over de verschillende successen: schorseneren, hoewel een vloek voor huisvrouwen om te schillen, waren door hun uiterst ruwe huidjes zeer geschikt voor dames die van een beetje frictie hielden. De pastinaak gaf een navenante oppervlakte-ervaring en zorgde met heur taps uitlopende vorm voor extra genot. Het meest spannende vonden Genidé en haar volgstertjes evenwel de witlof, omdat die ook auditieve en olfactorische sensaties toevoegde.
         Onze prinses leek aldus gered van de plezierloze ondergang, en ging een soppende toekomst tegemoet met een glansrijke carrière in de solopolo. Het was echter weder haar vader, koning Nauwen, die roet in het eten gooide. Hij vond het maar niets dat zijn dochter door al dat doe-het-zelven haar kamertje niet meer uit kwam. Er moest iets gebeuren, ende wel snel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen