Translate Milfy!

vrijdag 13 december 2013

Tien^Taal… Maxim Februari

Taal: wie is er niet mee bezig? Blogs, twitters, tijdschriften, polemieken, ingezonden brieven, boeken. Er zijn heul veul mensen met evenveul meningen. Toch zijn er ook mensen die zich meer met taal bezig houden dan anderen. Daarom vraagt Milfje Meulskens hun mening over taal. Vandaag interviewen we Maxim Februari, schrijver en freelancer op het gebied van bestuur en beleid. Hij studeerde filosofie, kunstgeschiedenis en rechten en schreef in columns in de Volkskrant en NRC over de rol van taal in het recht.


1. Wat betekent taal voor U?
Het is een vijfde element, naast water, aarde, lucht en vuur. De mens bestaat in en door de taal.

2. Wat vindt U van spellingsregels?
De spelling van zelfstandig naamwoorden interesseert me minder dan de spelling van werkwoordsvormen. De d’s en de t’s ordenen de zin en zetten je op het spoor van de betekenis; het is lastig dat je door een ontbrekende t nogal eens op het verkeerde spoor wordt gezet en dan halverwege de zin weer moet terugkeren om te gaan kijken wie er nou eigenlijk aan het handelen was. Hij? Ik? Jij?

3. Ergert U zich aan het taalgebruik van mensen?
Ja. Om verschillende redenen. Er zit weinig structuur in mijn ergernis. Ik houd niet van schrijftaal waaruit het leven is verdwenen, maar ben wel weer benieuwd naar formele talen. Ik erger me als mensen uit aanstellerij taal gebruiken die boven hun macht ligt, maar raak ontroerd door de onhandigheid van politievoorlichterstaal: ‘Fietsen welke hier worden gestald worden verwijderd.’
Het is mooi als mensen hun best doen, ook als dat mis gaat:



Alles bij elkaar opgeteld erger ik me vooral wanneer mensen achteloos smijten met taal. Te luid, te slordig, te onverschillig en te veel kijk-mij-eens. Soms kan ik geen hap meer door mijn keel krijgen als aan het belendende tafeltje in een restaurant iemand zijn ‘ij’ uitspreekt als ‘ai’. Of ik raak verontwaardigd wanneer serieuze mensen ‘de een na laatste’ schrijven: blijk dat ze niet hebben nagedacht over de betekenis.

4. Waarom denkt U dat mensen zich ergeren aan taalgebruik?
Omdat anderen via de taal binnendringen in je intieme leven. Dat overschrijden van grenzen leidt tot ergernis en boosheid, maar ook tot blijdschap, nieuwsgierigheid en nabijheid.

5. U heeft o.a. rechten gestudeerd. Taal heeft natuurlijk een enorme rol in het recht – het naleven van de wet gaat heel erg over de betekenis die aan woorden en zinnen wordt toegekend. Hoe kunnen we bepalen wat een woord precies betekent? Hoe doen rechters dat?
Rechtspraak kent een variant van de hermeneutische cirkel in de literatuurtheorie. Een literaire tekst kun je alleen begrijpen vanuit de afzonderlijke delen en de delen kun je alleen begrijpen in de context van het geheel. Zo krijgt een juridische wet betekenis in de toepassing op een afzonderlijk geval en het afzonderlijke geval wordt beoordeeld vanuit begrip van de wet.
In de wetenschap kun je betekenis nogal eens voor je uitschuiven: je beweert simpelweg dat je nog niet weet hoe je een gebeurtenis moet interpreteren. In de rechtspraak kan dat niet. De rechter wordt gedwongen de hermeneutische cirkel in beweging te brengen: ze moet de wet toepassen op de casus en tegelijkertijd verleent ze betekenis aan de wet juist door die toepassing.
De rechter maakt op deze manier recht. Haar uitspraak is een rechtsbron. Ze stelt betekenis vast. Maar alleen voor zolang als het duurt, want de cirkel van interpretatie blijft steeds in beweging.

6. Wat is uw lievelingswoord?
Het Nederlands is een gelukkige mix van Romaanse en Germaanse woorden. Wissel je die twee een beetje handig af, dan krijg je een tekst met de sophistication van het Romaanse vocabulaire en de hardheid en onaantastbaarheid van het Germaans. Ik houd zelf erg van harde woorden als ‘schroom’ en ‘schuchter’.

7. Heeft U een taalwens, en zo ja, wat is het?
Taal zou niet gezien moeten worden als een vorm van decoratie, maar als de meest indringende manier om ons leven vorm te geven. Dat kan ook bevattelijker maken voor de werking van formele talen en de invloed die computerprogramma’s hebben op ons bestaan.

8. Wier of wiens taalgebruik vindt U inspirerend?
Laat ik de grote schrijvers even overslaan. Buiten de literatuur om valt er veel te bewonderen. Op blogs, in internetdiscussies, op de televisie. Zo hoorde ik Ali B. onlangs tegen een kandidaat in een talentenjacht zeggen dat die had staan zingen ‘als een boos koalabeertje’. Dat klopte precies.
  
9. Welke taal zou U nog wel eens willen leren en waarom?
Al jaren vind ik dat ik nu eindelijk eens Grieks moet leren, aangezien ik kennelijk geregeld in Griekenland ben.

10. Kent u nog een leuke woordgrap, taalgrap of taalspelletje?
Een Gronings echtpaar komt bij de V&D. Of ze ook een koffer hebben, vraagt de man. ‘Samsonite’, zegt de verkoopster. De man teleurgesteld tegen zijn vrouw: ‘Ze hebb’n ze naait’.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen