Translate Milfy!

maandag 7 oktober 2019

Een tandjeslekker artikel!

door Marten van der Meulen

Teringlekker, onwijs fijn, angstaanjagend aantrekkelijk: er zijn eindeloos veel manieren om extra nadruk te leggen op een ervaring. We doen dat door middel van intensiveerders zoals tering-, onwijs en angstaanjagend. De groep intensiveerders is groot, ontzettend interessant, en bevat sinds kort een nieuw lid: tandjes!

De tandjes

Ik merk de laatste tijd dat ik af en toe zeg dat iets 'tandjesmoeilijk' is, of dat ik 'echt tandjeshard heb gewerkt'. Daar wordt in mijn omgeving raar op gereageerd (dat gebeurt op zich vrij vaak, daar niet van). Blijkbaar zegt niemand anders dit. Dat hoeft de pret natuurlijk niet te drukken: ook een geval als ish wordt weinig gebruikt, maar heeft toch een bepaalde verspreiding.

De vraag bij tandjes is natuurlijk waar het vandaan komt. Ik dacht dat dit uit Den Haag kwam, maar mijn Haagse bronnen kunnen dit niet bevestigen. Wel zijn er de uitdrukking 'ik werk me de tandjes' en aanverwante constructies, waarin tandjes een betekenis heeft als 'heel erg'. Daar hebben we iets aan: het lijkt dus een klassieke intensiveerder. Zoals onze vrienden van OnzeTaal uitleggen, kun je tandjes in deze constructie ook vervangen door ziektes als kanker en tering ('ik werk me de tering'). Tandjes lijkt daarmee een vloekvermijder, vergelijkbaar met Godfried van Bouillion en sjips.

Edit (10:34): ik bedenk me nu dat er ook invloed zou kunnen zijn van tantu, een Papiaments woord dat in straattaal wordt gebruikt en dat ook een algemene intensiverende betekenis heeft ('veel, heel erg'). Misschien dat ik eigenlijk dat wil zeggen, maar het niet durf omdat het sociaal ongeloofwaardig is dat ik straattaal gebruik. Mogelijk kies ik voor een woord dat er qua klank heel erg op lijkt én dat in een iets andere grammaticale constructie eenzelfde betekenis heeft.

Van de een naar de ander

Het ogenschijnlijk vreemde van mijn intensiverende gebruik nu is dat het woord hier als bijwoord wordt gebruikt, terwijl het in de oorspronkelijke uitdrukking een zelfstandig naamwoord is. Toch is dat niet zo heel vreemd, als je ook naar de ziektes kijkt. En er zijn meer woorden die deze stap hebben gemaakt: denk aan bloed (bloedmooi), bom (bomvol) en poep (poepdruk). Vergelijkbaar maar anders zijn samengestelde woorden als steenkoud en kaarsrecht (zie hier voor veel meer). In die gevallen is het eerste woorddeel wel intensiverend, maar is de betekenis 'zo X als een Y' nog te maken. Bij woorden als bloed en ook tandjes kan dat niet meer: de intensiveerder is verbleekt (voeg hier een grap in over tanden bleken).

Die verbleking is heel erg normaal. Sterker nog, het is een enorm veelvoorkomend fenomeen, waarbij de betekenis van een woord van gespecialiseerd naar meer algemeen gaat. We zien dat bijvoorbeeld ook gebeuren met letterlijk, waar allerlei kortzichtige en hypocriete mensen boos over worden. Maar helaas: ik ga me letterlijk verhangen is net zo goed of fout als een angstaanjagend mooie kangoeroe (die jaagt toch niet echt angst aan) of een tyfuslelijk bijzettafeltje (je krijgt daar echt niet geen ziekte van). Het verschil is alleen dat de verbleking van letterlijk plaatsvindt waar we bijstaan, terwijl die bij woorden als verschrikkelijk en ontzettend al veel eerder plaatsvond.

Intensiveerders 

Wanneer vond die verbleking overigens plaats? Niet heel lang geleden: waarschijnlijk ergens begin 20e eeuw. Daarvoor, zo meldt Jack Hoeksema, kwamen er andere intensiveerders voor, zoals afgeluizigd en afgesalamanderd (kijk, dát zijn nog eens vergeetwoorden). Sowieso zijn zowel het aantal intensiveerders als de mate waarin ze gebruikt worden de laatste decennia enorm toegenomen, niet alleen in het Nederlands maar ook in het Engels (zie dit fraaie artikel) en het Duits. In het Nederlands worden er meer dan 200 (!) gebruikt, zoals uit dit schitterende artikel blijkt (het schittert niet echt natuurlijk, daar gaan we weer). 

Je kunt daar allerlei theorieën op loslaten, over dat we steeds meer willen overdrijven, maar het kan ook dat we meer slijtage ervaren. Misschien willen we gewoon sneller iets nieuws. Daar is meer bewijs voor: ik heb ooit een artikel gelezen over onderzoek waaruit bleek dat woorden in de 20e eeuw steeds een kortere levensduur hebben (wie het artikel kent, deel het vooral, ik kan het niet meer vinden). Als dat niet tandjesfascinerend is, dan weet ik het ook niet meer.

4 opmerkingen:

  1. Het Franse tant misschien?
    Tant- veel.
    Je t'aime tant.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat lijkt me erg onwaarschijnlijk: ik kende dat woord namelijk niet. De verklaring die ik in het stukje noem lijkt me eenvoudiger en waarschijnlijker. Of het Franse 'tant' van invloed is geweest op de oorspronkelijke uitdrukking 'ik werk me de tandjes' zou kunnen, maar dat lijkt me ook onwaarschijnlijk. Wat misschien wél zou kunnen is dat het een soort samenraapsel is met 'tantu' ('veel' in straattaal, uit Papiaments), dat wordt in ieder geval in dezelfde zinspositie gebruikt.

      Verwijderen
  2. Ik heb me wel altijd al afgevraagd of tantu samenhing met FR tant, maar wat verder terug dus ook met LA tantus. Grappig detail aan die woorden is dat LA tantus ‘zo groot’ betekent, waar de stam in modernere Romaanse talen dat aanwijzende element is kwijtgeraakt. IT tanto betekent ‘heel erg’ (en kent dan ook weer een overtreffende trap (tantissimo), hoewel ik bij mijn weten nooit de (perifrastische) vergrotende trap (*più tanto) ben tegengekomen).

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Leuk, dat had ik nog niet bedacht! Het lijkt me eigenlijk best waarschijnlijk dat 'tantu' teruggaat op 'tantus': Papiaments is uiteindelijk een taal die veel Spaanse en Portugese (lees: Romaanse) elementen bevat, waaronder dit woord: https://en.wiktionary.org/wiki/tantu. Dat het een eigenlijk betekenisontwikkeling hebben ondergaan is duidelijk.

      Overigens betekent dit @Henk Bakker dat Frans 'tant' dus wel etymologisch verwant is, maar dat mijn gebruik in het Nederlands er niet direct door is beïnvloed (vermoedelijk).

      Verwijderen