Translate Milfy!

woensdag 5 juni 2013

Vragen staat niet vrij!


Lieve Milfje, wat is dat eigenlijk een vraag? 

Goede vraag, lezer! Een typisch vraagzin is een zin waarin een stukje informatie ontbreekt. De ondervraagde moet dat stukje dan aanvullen. Althans, dat is het standaardverhaal. Maar daar kun je geen blog over schrijven, dus jelui voelt al op je klompenvoeten aan dat het zo simpel niet kan liggen. Inderdaad, slimmerds: in veel gevallen wordt een vraag niet gebruikt om informatie te verkrijgen, maar om een gesprek te sturen. Vandaag in Milfje Meulskens: 3 manieren om je gesprekspartner tot een specifiek antwoord te dwingen. Doe er je communicatieve voordeel mee!

Het schoolvoorbeeld van de sturende vraag zoeke men in agressieve interviews. In die context is het natuurlijk precies de bedoeling van de  interviewer om de ondervraagde een kant op te forceren. Rutger van Castricum (wie kent hem niet?) is hierin de beruchte eindbaas. Hier wat dwingende ‘vragen’ van Rutger uit zijn fameuze gesprek (pas op: pijnlijke beelden) met Ella Vogelaar op een rij. Vraag je maar af: wat kan Ella Vogelaar antwoorden om het beeld dat in de vraag geschetst wordt, te ontkrachten?

‘Mag ik even kort?’
‘Leuk hè?’
‘Als u nu zo hier bent, staat u dan wel stevig in uw schoenen nu u een spindoctor heeft?

‘Ik vroeg me af of u dat niet als genant ervaart, dat u als minister een spindoctor nodig heeft. U geeft daar geen antwoord op?’

‘Daar kunnen we toch netjes over praten?’

‘U bent toch minister?’

‘U bent minister, ik ben journalist, en ik stel een vraag, daar kunt u dan toch gewoon antwoord op geven?’
 


Rutger is extreem agressief hier, maar een wat vriendelijker variant van de strategie is niet ongewoon: bijvoorbeeld Matthijs van Nieuwkerk kan er ook wat van. Zetten alle goede interviewers het gesprek niet naar hun hand? (Ha daar gebruikte ik zelf een dwingende vraag.) Je kunt je eraan ergeren, maar je kunt er ook veel van leren, vooral als je debater wilt worden wanneer je later groot bent.


Een heel frequent type sturende vraag is de zogenaamde ‘tag question’; dat zijn die woordjes als ‘hè?’, ‘toch?’ en ‘vindjeniet?’. Die worden doorgaans gezien als vragend om bevestiging. Aangezien alle vrouwen ook altijd om bevestiging verlegen zitten (dat is gewoon zo, jatochnietdan?) wordt vaak aangenomen dat vrouwen meer tags gebruiken. Die opvatting vinden we bijvoorbeeld in het boek van Robin Lakoff (niet te verwarren met haar vader George), die zulks beweerde in haar inmiddels enigszins verguisde boek Language and Woman’s Place. 

Wat klopt er niet?
 

Nou, twee dingen, nog even afgezien van aannames over de psyche van vrouwen. Ten eerste is het zeer de vraag of vrouwen inderdaad meer tags gebruiken; dit is nooit bewezen. Ten tweede lijkt het erop dat tag questions helemaal geen verzoekjes om bijval zijn, maar juist een manier om iemand jouw mening op te dringen. Interessant hè? Zeg daar maar eens nee op! En lees hierover Van Alphen 2004: 'How to do things with questions'.

Mijn lievelingsfavoriet op het gebied van sturende vragen, vind je in overdadige hoeveelheid in sportinterviews. Ik noem het maar even de ‘schaalloze-gradatie-vraag’. De situatie is als volgt: synchroonduiker X heeft zojuist, na acht jaar intensieve training, blessureleed, 3 coachwissels en 5 ontbonden sponsorcontracten in de 1e ronde van het EK verloren, omdat zijn zwembroek achter de duikplank bleef haken, waardoor hij ook nog eens reuzegenant in adamskostuum naar beneden stortte (elegant, dat wel). De sporter wil nu uiteraard het liefst naar huis, met z’n vrouw/man knuffelen en aan de drank. Maar, daar staat een sportverslaggever. Oké, interviewtje dan. 90% kans dat die effing verslaggever dan vraagt:

‘Hoe erg is dit?’

Dan hoop ik altijd dat de synchroonduiker in kwestie antwoordt: ‘Op een schaal van 1 tot 17 is dit om en nabij 16,3; hoewel je z
ou kunnen verdedigen dat op een exponentiële schaal die tot en met 3^13 loopt, de kritische irritatiegrens in acht nemend, de ballen heel anders zouden liggen.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen