Translate Milfy!

vrijdag 14 juni 2013

10^Taal met... Oscar Strik

Taal: wie is er niet mee bezig? Blogs, twitters, tijdschriften, polemieken, ingezonden brieven, boeken. Er zijn heul veul mensen met evenveul meningen. Toch zijn er ook mensen die zich meer met taal bezig houden dan anderen. Daarom vraagt Milfje Meulskens hun mening over taal. Met vandaag Oscar Strik, bijna 28, ontsproten aan het Zuiden des lands, maar acht jaar in de buurt van Amsterdam gewoond. Scandinavische Talen & Culturen (Noors) gedaan als bachelor, daarna een master Linguistics, allebei aan de UvA. Sinds 2010 werkt hij aan de RUG als promovendus bij Muriel Norde

Oscar heeft sinds kort maar besloten dat hij ‘schrijver’ ‘is’. Schrijven over taal is zijn werk, schrijven over cultuur in bredere zin is zijn hobby, en hij wil ook nog wel eens wat mijmeren over muziek, geschiedenis, en computerspellen.



1. Wat betekent taal voor jou?

Taal is een van de mooiste gereedschappen in onze kist. Het helpt ons om meer te onthouden en om dieper na te kunnen denken over allerlei andere dingen in het leven. Tegelijkertijd is het ook zelf weer een culturele uitingsvorm waarin allerlei prachtigs te vinden is. Een van de mooie dingen aan taal is dat ‘t een cultuurvorm is die we vaak onbewust gebruiken, en die ons daarom ook veel kan vertellen over wat er allemaal in ons brein plaatsvindt onder het rationele vernislaagje.

2. Wat vind je van spellingsregels?

Wel enigszins handig om de boel een beetje bij elkaar te houden, maar ik hecht er niet al te veel waarde aan vanuit een praktisch oogpunt. Wilde spellingsvariatie vind ik eigenlijk charmanter. Het is wel een heel handig middel voor mensen die goed zijn in regeltjes om mensen die dat minder zijn (of minder belangrijk vinden) een minderwaardigheidscomplex aan te praten. Nu generaliseer ik natuurlijk heel erg, maar mensen die heel veel waarde hechten aan correcte spelling vind ik vaak toch wel een stelletje Droogstoppels. Kortom: leuk als je het allemaal goed kunt, dat spellen, maar ik vind het eindeloos veel interessanter als je een mooi gedicht kan schrijven, of iets dergelijks.

3. Erger je je aan het taalgebruik van mensen?

Toen ik net begon met het bestuderen van taal aan de universiteit heb ik dat mezelf geprobeerd af te leren. Alles in taalvariatie en –verandering is heel natuurlijk, enzovoort. Dat is natuurlijk ook zo, en ik reken mensen er in de praktijk ook niet op af (hoop ik). Zoveel macht heb ik gelukkig ook niet, das dat komt mooi uit; heb ik lekker makkelijk praten.

Toch betrap ik mezelf er de laatste paar jaar op dat ik me nog steeds kan ergeren aan bepaalde dingen, ook al begrijp ik wel waaróm iemand iets op een bepaalde manier kan zeggen. Een van mijn favoriete (of lievelings-) ergernissen is het overgebruik van de O.V.T. in zinnen waar dat volgens mij niet past, zoals deze kop in de NRC-nieuwsbrief: “Dit zijn de beste longreads die we deze week lazen. Daar zie ik toch liever “hebben gelezen” of helemaal niks. “Dit zijn de beste longreads van deze week”. Zoiets. Het zal wel met mijn onderzoek te maken hebben, deze gevoeligheid.

4. Waarom denk je dat mensen zich ergeren aan taalgebruik?

Ik denk dat dat grotendeels met gewenning en esthetiek te maken heeft: mensen geven de voorkeur aan wat voor hullie normaal en/of nastrevenswaardig is. Taal is ook identiteit, natuurlijk; dat speelt ook mee. Daarnaast denk ik dat mensen elkaar graag de les lezen, zeker als ze elkaar niet helemaal mogen. Dan zijn taalverschillen makkelijke dingen om aan te grijpen als je wil illustreren waarom je iemand eigenlijk gewoon heel stom vindt.

5. In je onderzoek kijk je naar (de veranderingen in) sterke werkwoorden in het Zweeds en het Fries. Waarom denk je dat die veranderingen plaatsvonden/-vinden?

Inmiddels heb ik ook het Nederlands maar bij mijn onderzoek getrokken (in samenwerking met mijn collega Remco Knooihuizen). In principe wil ik het liefst naar alle Germaanse talen kijken wat dit onderwerp aangaat, maar je moet ergens beginnen.

Er zijn verschillende factoren die verandering bij zwakke en sterke werkwoorden beïnvloeden. Mijn favoriete is analogie. Kort gezegd: er bestaat een neiging om werkwoorden die op elkaar lijken op dezelfde manier te vervoegen. Daarom zeggen we tegenwoordig naast rijden~reed en schrijven~schreef ook vrijen~vree, en soms zeiken~zeek. Tegelijkertijd zijn verschillende soorten frequentie erg van invloed op wanneer dit soort veranderingen wel en niet plaatsvinden. Zo worden minder frequente sterke werkwoorden (in ieder geval in het Engels) eerder zwak dan meer frequente. Of dit ook andersom geldt durf ik (nog) niet te zeggen.

Er gebeuren in ieder geval een hoop leuke dingen tussen die verschillende werkwoordsvervoegingen, en in iedere taal en ieder dialect is het weer net een beetje anders. Als het mij gegund is, ben ik hier graag nog wel een tijdje mee bezig.

6. Wat is je lievelingswoord?

Ik ben héél slecht in dit soort dingen, en denk er eigenlijk ook zelden over na.

Als ik een klassieker moet kiezen ga ik voor “duister(nis)”. Puur qua klank is het een mooi woord met een typisch Nederlandse diftong. Volgens de etymologen is het een uniek West-Germaans substraatwoord, naast het oorspronkelijk Indo-Europese “deemster”. Die twee woorden lijken wel behoorlijk op elkaar, dus iets van wederzijdse invloed tussen die woorden lijkt me niet heel vergezocht, maar goed. In Max Schuchart’s vertaling van The Hobbit heet “Mirkwood” ook heerlijk “Demsterwold”, trouwens. De goede oude J.R.R. had het weer (via William Morris) van Oudnoords “myrkviðr”.
Ehmahgerd, sprehrce rehrts!!

Omdat ik naast een ongelooflijke taalhistorische nerd ook best wel van moderne dingen hou wil ik ook graag de frase “wat is deze?” nomineren, als dat mag. Dat is gewoon echt té leuk, zoals Gerard Joling pleegt te zeggen.

Wat betreft het Engels zeg ik: “spruce root”. Helemaal mooi, dat woord.

7. Heb je een taalwens, en zoja, wat is het?

Ik zou het fijn vinden als meertaligheid wat meer geaccepteerd zou worden in landen waar dat momenteel minder het geval is. Met andere woorden, dat minderheden (zowel migranten als autochtone minderheden) minder de druk voelen om hun moedertaal op te moeten geven om de meerderheidstaal te leren. Daar hoort ook (juist) onderwijs in de moedertaal bij. Taalkundigen laten heel mooi zien dat meertaligheid allerlei voordelen met zich mee kan brengen, dus wat mij betreft mag dat wat meer worden gereflecteerd in de algemene cultuur, of op zijn minst in overheidsbeleid.

Heel onpasselijk word ik van voorstellen om het spreken van andere talen dan de meerderheidstaal op straat te verbieden. Ik snap wel dat sommige mensen ein Volk, ein Reich & ein Führer willen hebben, en dat eine Sprache daar ook wel achter past, maar voor mij hoeft dat allemaal niet zo.

8. Wier of wiens taalgebruik vind jij inspirerend?

Ook weer zo’n moeilijke lievelingsvraag. Jullie hadden laatste een mooi stukje over Couperus; dat is wel een held. Ik moet weer eens wat meer van hem lezen, maar ik vind zijn eigenzinnige Nederlands altijd inspirerend. Verder eigenlijk iedereen die goed kan schrijven, ongeacht genre. Het is al snel beter dan wat ik zelf doe, dus daar kan ik dan hopelijk wat van leren. Wat betreft taalerotiek schrijft Milfje wel tfraeyst van alle menschen in tgansche land.

9. Welke taal zou je nog wel eens willen leren en waarom?

Dat wisselt ieder jaar. Vorig jaar was dat Gotisch en Quenya (zoek maar op). Dit jaar Jiddisj. Op de lange termijn o.a. Japans, Oudfrans, Fins, en iets Keltisch. Let wel: dit zijn plannen. Ik ben eigenlijk niet zo’n kei in het leren van nieuwe talen, en hopeloos ongestructureerd.

10. Ken je nog een leuke woordgrap, taalgrap of taalspelletje?


In onze familie uitte de ‘Strikkenhumor’ zich vooral in droogkloterigheid. Een onderdeel daarvan waren spoonerisms, en sinds ik als klein jochie bij het kaarten leerde wat een “bartenhoer” was, was ik verkocht. Heb je de nieuwste film van Tentin Quarantino al gezien trouwens? Chango Unjained gaat over een zwarte man die zijn pacifistische geloof verliest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen