Translate Milfy!

woensdag 25 juni 2014

Ik heb zoiets van: nieuwe quotatieven

In de taalergernishitlijsten van de laatste jaren scoort de constructie ‘ik heb zoiets van’ onveranderd hoog. Mensen vinden het een teken van onzurgvuldig taalgebruik en van vaagheid. Tijd voor Milfje om op constructief onderzoek uit te gaan: wordt deze frase inderdaad meer gebruikt dan vroeger? Zo ja: waarom zou dat zo zijn? En waarom wordt het uberhaupt gebruikt? Wat is eigenlijk een quotatief? Antwoorden vind je in dit interview met connaiseusse Ingrid van Alphen, en hieronder. 


Eerst iets over quotatieven: dat zijn woorden (of woorddelen) die aangeven dat wat erna komt een citaat is. Veel talen (bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, zie bijv. hier voor meer info) gebruiken dat min of meer verplicht: het zegt tenslotte best veel of je iets zelf hebt gezien/gehoord of dat je het doorgeeft van iemand anders! In het Nederlands gebruiken we daar onder andere deze twee constructies voor: de directe rede zoals in 1), en de indirecte rede zoals in 2). Die indirecte rede herken je vooral aan de zgn. quotatiefmarkeerder 'dat'.

• Ursula zei: ‘Die zeemeermin is megaknap.’
• Ursula zei dat die zeemeermin megaknap is.

In de schemerzone tussen direct en indirect bestaan nog veel meer quotatiefconstructies, zonder 'dat' maar met 'van' of andere quotatiefmarkeerders.

• Ursula had zoiets van: ‘Die zeemeermin is megaknap’.
• Maar toen zei Manfred zo van: ‘Echt niet’.
• Nou, Ursula zo: ‘Jawel joh’.
• Manfred helemaal: ‘Watwat! Niet!’.
• Dus Ursula van: ‘Duh’.

Herkennen jullie ze? Vast wel, ik gebruik dit in ieder geval aan de lopende band. Ik weet heus dat allerlei mensen nu van ergernis van de bank rollen, driftig aan hun oren trekkend, stampend, vloekend, dat het luiheid is, dat het allemaal door die Amerikanen komt met hun ‘like’ dit en ‘like’ dat, ondertussen gauw vaagtaal.nl mailend en Ann de Craemer bellend. Maar ja, dan vraag ik natuurlijk weer graag aan die mensen: ‘Hoe verklaren we het succes van deze constructies?'

Een belangwekkende eigenschap van deze constructie is dat dit soort quotatiefconstructies, met woorden van vergelijkingen (zoals, like, van) eigenlijk al eeuwen bestaat, en niet, zoals hier in Taalschrift wordt geponeerd, pas sinds de jaren '60/'70/'90. Daar zit een les in: het komt misschien wel meer voor, maar het zijn vaak bestaande constructies wier gebruik wordt uitgebreid. In het Nederlands is er bijvoorbeeld al een voorkomen gevonden in 1648 (zie het artikel van Coppen & Foolen in dit boek), en het komt dus ook voor in allerlei andere talen, van Japans tot Oud-Grieks. 

Een van de bekendste vormen van de quotatief is waarschijnlijk uit het Engels: ‘I was like, what do you mean?’, maar het is niet zo dat het daarmee begonnen is. In allerlei andere, niet aan het Engels verwante talen kwamen deze constructies al voor. Zie wederom dit boek, ge-edit door o.a. Ingrid van Alphen voor vele, vele voorbeelden en voor gedegen wetenschappelijk onderzoek naar geschiedenis en gebruik van deze constructies. Wat betreft het Engelse 'like': onderzoek heeft aangetoond dat het zeker ook niet alleen door jongeren wordt gebruikt, maar dat sprekers tot een jaar of 40 het ook veel gebruiken. Men ziet het daarom als een taalverandering die al een aantal jaar aan de gang is.

Maar kom, terug naar de hamvraag: wat maakt deze (dus niet zo nieuwe) quotatieven nou zo succesvol? WAAROM komen ze zo veel voor? Volgens mij is het effect van deze constructies vooral dat de quote er zo levendig van wordt. Je kunt een gesprek (of een gevoel) zo voorstellen alsof je het zelf op dat moment beleeft; het wordt bijna een toneelstukje. Het klinkt in ieder geval minder stijf (voor mij) dan wanneer je iedere keer "Toen zei Peter...", "Dus toen verkondigde Boris dat..." zegt.

Je geeft dus méér weer dan alleen dat wat de ander zegt: je geeft ook je eigen evaluatie van dat standpunt weer. Op die manier breng je je luisteraar bijna in het verhaal, alsof diegene er zelf bij was. Daarom lijkt het qua effect op een directe rede, terwijl de vorm (met een expliciete quotatiefmarkeerder) meer op de klassieke indirecte rede lijkt. Hm, verwarrend voor de theoreticus, maar hartstikke lekker in de praktijk.

Je zou dus kunnen zeggen dat deze constructie zeer creatief en een aanwinst voor de Nederlandse taal is! Of doe je nog steeds zo van AAARGH?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen