Translate Milfy!

dinsdag 12 januari 2016

Taal is politiek en strijd

Het is heden ten dage een vanzelfsprekendheid dat ik, als Hagenees, zonder enige moeite kan communiceren met iemand uit Almelo, of uit Zierikzee. We beheersen tenslotte allemaal het Standaarnederlands. Dit is echter een recent fenomeen, en zeker niet overal ter wereld even normaal. Standaardtaal is ontstaan om verschillende redenen: om communicatie tussen regio's makkelijker te maken, en vanwege een groeiend nationalisme. Één volk, één land, dat is een sterke gedachte. Over de ontwikkeling van standaardtaal, en vooral over de relatie tussen taal en politiek gaat het boek Taalstrijd. Over relaties tussen talen in de wereld, Europa, Nederland en Vlaanderen (Uitgeverij ASP) van Frank van Splunder.


In de taalwetenschap wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen taalintern en taalextern. Deze begrippen spelen vooral bij taalverandering een grote rol. Een taalinterne factor in taalverandering is, het woord zegt het al, een factor die in de taal zelf zit. Zo kunnen bepaalde klanken wegvallen, omdat ze nou eenmaal zwakker zijn (bijvoorbeeld de /n/ aan het eind van veel Nederlandse woorden), of moeilijker uit te spreken. Of er kan een klemtoonverschuiving plaatsvinden. Deze veranderingen vinden plaats binnen het systeem, zonder dat daar per se iets van buiten de taal invloed op heeft.

Bij taalexterne veranderingen is er juist iets buiten de taal dat een verandering aanzwengelt. Een bekend voorbeeld is de vergrotende trap met als/dan. Nu wordt 'groter als' in standaardtaal veroordeeld, maar er was een tijd waarin het meer voorkwam dan 'groter dan'. Bepaalde mensen kozen toen bewust voor 'groter dan' als standaardvorm, omdat het minder leek op Duits. Door zich af te zetten tegen de Duitse taal werd de identiteit van de Nederlandse taal bekrachtigd. Spelling is al helemaal zo'n domein waarin politiek een rol speelt. Er is geen enkele taalinterne reden om product danwel produkt te schrijven. De keuze tussen c of k lijkt volstrekt willekeurig. Wat wel opvalt, is dat Nederlanders vaak een voorkeur hebben voor de c, en Vlamingen voor de k. Dat kan een taalexterne reden hebben: de k is voor Nederlanders te Duits, de c voor Vlamingen te Frans. En dat zijn talen waardoor men zich bedreigd voelt, waar men zich tegen wil afzetten. Politieke angst vindt zijn weerslag dus in de spelling.

Deze laatste anecdote is een van de aardige voorbeelden die Frank van Splunder noemt in zijn boek Taalstrijd. Over relaties tussen talen in de wereld, Europa, Nederland en Vlaanderen (Uitgeverij ASP). Hij is duidelijk in zijn visie: “Taal is politiek”, zo stelt hij meerdere malen. De reden dat Engels een wereldtaal is geworden is politiek, taal in België is al helemaal politiek, de enige reden dat er afbakeningen zijn tussen verschillende talen heeft met politiek te maken, en de vermeende verengelsing van het onderwijs is ook deels op de politiek terug te voeren.

Het zijn relevante thema's, die Van Splunder aansnijdt. Maar het zijn er ook heel erg veel, en dat merk je aan het tempo van het boek. Met een duizelingwekkende vaart komen thema's voorbij en worden begrippen geproblematiseerd. Nadeel van deze vaart is dat veel ideeën niet echt worden uitgewerkt, en dat informatie onduidelijk op elkaar aansluit. Daar komt nog bij dat sommige zijwegen worden bewandeld, waarvan onduidelijk is waarom ze zijn opgenomen. Wanneer je eerst zegt dat “kunstmatige talen buiten het bestek van dit boek vallen”, komt het vreemd over om vervolgens wel twee voorbeelden van zulke talen uiterst summier te bespreken.

De schrijver geeft het zelf toe: het is zijn persoonlijke verhaal, waarin hij niet objectief is. Dat is zeker waar, en dat is ook prima, het kan eigenlijk niet anders als je over politiek schrijft. Een probleem ontstaat echter, wanneer er informatie als feit wordt gepresenteerd, die eerder een mening is. Zo stelt Van Splunder dat “de Engelstalige landen veel toleranter [zijn] voor wat het taalgebruik betreft”. Hij baseert dit op het feit dat het Verenigd Koninkrijk geen taalacademie heeft, die de taal regelt. Een taalacademie heeft het VK niet, maar dat men tolerant is, dat is zeker niet waar. De intolerantie is er zeker, ze is alleen gedecentraliseerd. Men vervoege zich bijvoorbeeld bij de medewerkers van Bridging the Unbridgeable, een project dat onderzoek doet naar prescriptivisme in Engelstalige landen. Of men zoeke op het internet naar “split infinitive”. Een stinkende mestvaalt aan intolerantie zal u ten deel vallen.

Al met al leest Taalstrijd als een losse verzameling gedachten en feitjes. Het is geschikt voor twee groepen mensen: zij die een beetje willen mijmeren over taal, politiek en onderwijs, en onderweg een paar grappige anecdotes willen opdoen; en zij die geïnteresseerd zijn in de meningen van Frank van Splunder. Voor een gedegen uitleg over de relatie tussen politiek en taal zal men zich toch elders moeten vervoegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen