Translate Milfy!

donderdag 6 maart 2014

Zijn journalisten slecht in rekenen?

Even geleden stond er in de Volkskrant een interview met Überkorrektor Pieter Markus, die vrijwel iedere dag de krant uitpluist op zoek naar foutjes, en vervolgens de verbeteringen daarvan naar de krant stuurt. Nee hoor, dit blog gaat niet weer over de verschillende kanten van de foutjesmedajje, maar over een opmerkelijke bewering in het stuk: dat de meest gemaakte fouten in de Volkskrant om getallen draaien. De interviewer stelt: “Dat je aan de krant ziet dat het op de redactie wemelt van de alfa's, hoor je [Pieter Markus] niet beweren, maar rekenen is niet altijd een specialiteit van het huis.” 

Die zin zette me wederom aan het denken over alfa’s en beta’s.

Zoals we vorige week al bespraken, worden niet alleen wetenschappen, maar ook mensen in Nederland en België op basis van hun voorkeur en talent over categorieen verdeeld: hou je van kunst en/of talen, dan ben je alfa, en iemand die altijd tienen haalde voor wiskunde is waarschijnlijk een beta.

Alle journalisten zijn goed met taal, is de gedachte. Dat klopt denk ik – ze zijn er in ieder geval goed in opgeleid en de ganzen dag mee bezig. Alleen de wetenschapsjournalisten zijn opgeleid op het gebied van beta-wetenschappen (denk ik) en hebben dus ook specialistische kennis van getallen – de meeste journalisten hebben dat niet, en zullen dus eerder fouten maken met getallen. Ik snap die redenering best (ook al wil Pieter Markus zich er niet expliciet aan verbinden – een veeg teken).

Maar er zit mij bij het lezen van die zin toch iets dwars. Het gevoel bekruipt mij dat er eerst de aanname is dat journalisten (alfa’s) slecht zijn met getallen, om vervolgens bij iedere getalfout te zeggen ‘zie je wel’. In plaats van andersom. Is het wel echt zo dat journalisten veel meer getalfouten maken dan taalfouten? 

Of is het vooral gewoon makkelijker om ze te vinden? 1+1 is namelijk altijd 2, oftewel cijfers gedragen zich altijd hetzelfde (behalve in de hogere wiskunde, maar dat komt meestal niet in de krant). Taalfouten, zoals lezers dezes blogs weten, zijn vaak aanvechtbaar: er zijn vaak meerdere mogelijkheden die allemaal goed kunnen zijn in verschillende contexten. Het idee van "register", waar veel mensen over vallen ("Dat is toch veel te informeel voor in de krant!") zal bij getallen nooit voorkomen. Maar het kan ook té formeel, bijvoorbeeld op het interweb, en dat is dan ook weer niet goed. Zou je dan niet kunnen zeggen dat taal ook heel moeilijk is, alleen op een andere manier?

Pieter Markus stelt elders in het stuk: “Nee, taalfouten meld ik niet, dan kun je aan de gang blijven.” Dat impliceert dat er meer taalfouten dan rekenfouten worden gemaakt. Dat is gek: als die journalisten allemaal zo betaalknobbeld zouden zijn, zou je juist verwachten dat die fouten in de minderheid zijn. Nog iets: Pieter vertelt dat vóór de crisis vaak de fout gemaakt werd dat het Engelse billion vertaald werd als biljoen, terwijl het miljard moet zijn. Dat lijkt mij een taalfout, geen getalfout. Blijkbaar maken die alfa-journalisten dus wel degelijk taalfouten. Dat doet niemand aan hun alfa-status twijfelen: de fouten worden wellicht gezien als slordigheidsfoutjes of, zoals bij de billion-fout, als rekenfout. Maar maken de journalisten een getalfout, dan is dat wel reden om hun alfa-status te bevestigen. En dit alles draagt weer bij aan het idee dat beta moeilijker is dan alfa: de aanname is dat een alfa wel slecht zal zijn in betazaken, terwijl de andersomme aanname (een beta zal wel veel taalfouten maken) veel minder wordt gemaakt - beta's zijn immers superslim.

Milfje, wat is je punt? Nou gewoon, dat we een beetje voorzichtig moeten zijn met het indelen in de wereld in een dichotomie taal versus rekenen, en taalmensen versus rekenmensen. Om goed over getallen te kunnen schrijven, heb je een groot taalgevoel nodig. Om goed te kunnen schrijven, moet je een goed analytisch inzicht hebben – een talent dat vaak aan beta’s wordt toegeschreven. Ik denk dat het een vooroordeel is om te denken dat beta’s slecht zijn met taal (zie: Hugo Brandt Corstius, de wiskundemeisjes) en dat alfa’s niet kunnen rekenen (zie: Hugo Brandt Corstius, Folgert Karsdorp). Generaliseren kun je leren, en dat doet iedereen (wij natuurlijk ook) dan ook met graagte, maar doe dat gewoon met een beetje nuance: vooroordelen doen mensen tekort.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen