Translate Milfy!

vrijdag 19 april 2013

10^Taal... Marc van Oostendorp


Taal: wie is er niet mee bezig? Blogs, twitters, tijdschriften, polemieken, ingezonden brieven, boeken. Er zijn heul veul mensen met evenveul meningen. Toch zijn er ook mensen die zich meer met taal bezig houden dan anderen. Daarom vraagt Milfje Meulskens hun mening over taal. De geïnterviewde deze week is Marc van Oostendorp: professor in de fonologische microvariatie in Leiden en onderzoeker van nog meer variatie aan het Meertens Instituut. Hij is de goeroe des taalblogs – jelui hebt vast wel eens iets van hem gelezen op Neder-L, in Onze Taal, in Taalpost of op good old Twitter.



1. Wat betekent taal voor jou?
Aan de ene kant bepaalt taal voor een belangrijk deel mijn leven. Wanneer ik niet op mijn werk ben, denk ik nog een groot deel van de tijd over taal na. En als ik dat niet doe ben ik een nieuwe vreemde taal aan het leren (de laatste jaren Italiaans) of aan het lezen, of aan het schrijven, of taalspelletjes aan het spelen op mijn telefoon.  Ik ben ook nog eens getrouwd met een taalkundige.

Tegelijkertijd besef ik ieder jaar weer beter wat een ongrijpbaar fenomeen het eigenlijk is, taal. Het is iets wat heel diep in je hoofd zit, iets heel intiems, en tegelijkertijd iets wat je deelt met een niet altijd even makkelijk af te bakenen groep, je taalgenoten. Het bestaat uit allerlei regeltjes waarvan je je niet of nauwelijks bewust bent en die je automatisch volgt, én uit allerlei andere regeltjes die meteen aan anderen laten horen dat je niet bij hen hoor omdat je ze maar niet onder de knie krijgt. Waar in de werkelijkheid is die taal die mijn leven bepaalt? In mijn hoofd? In de samenleving? Is taal onderdeel van de menselijke natuur of van de menselijke cultuur? Of van allebei? En als het antwoord is 'allebei', hoe kunnen natuur en cultuur elkaar dan raken?

2. Wat vind je van spellingsregels?
Ik zie het nut er niet van in, ik denk dat ze beter kunnen worden afgeschaft. Ze nodigen alleen maar uit tot eindeloos gezeur over onbelangrijke zaken. Ook zonder vastgelegde spellingregels zouden mensen zich bij het schrijven wel min of meer aan elkaar aanpassen, je schrijft immers meestal om door anderen begrepen te worden. En in de paar 'onduidelijke' gevallen schaadt het niemand als mensen hun eigen gang gaan. Ik verbaas me er altijd over hoe mensen die verder heel liberaal zijn denken dat er aan spellingvariatie toch echt paal en perk moeten worden gesteld.

3. Erger je je aan het taalgebruik van mensen?
Ja, als ik een slecht humeur heb en ik wordt geconfronteerd met heel nare mensen, dan mag ik me graag lekker een potje ergeren aan hun uiteraard volkomen verkeerde taalgebruik. Gelukkig hebben de meeste mensen wel iets opvallends in hun taalgebruik waar je je in geval van nood over kunt opwinden. Dat ze te korte zinnen maken, of te lange. Dat ze Engelse woorden gebruiken of juist vermijden. Dat ze hun slot-n altijd uitspreken, of nooit, of soms.

4. Waarom denk je dat mensen zich ergeren aan taalgebruik?
Ja, waarom ergeren mensen zich graag? Omdat ze zich dan beter kunnen voelen dan een ander, slimmer, subtieler, gevoeliger. Er is nog een kant aan: omdat de taal almaar verandert, confronteert het taalgebruik van anderen ieder mens op zeker moment onherroepelijk met het feit dat zij ouder wordt en niet meer zo goed kan meekomen. Taalergernis is daarom vooral iets voor (vroeg-)oude mensen, zoals inmiddels dus ook voor mij.

5. Wat doet een taalkundige, en wat vind je dat z/hij zou moeten doen?
Een taalkundige onderzoekt een van de wonderlijkste en ongrijpbaarste dingen die wij mensen kennen en die ons tegelijk tot mens maken, het onderzoeksobject dat volgens mij nog steeds de beste kans biedt op begrijpen wat een mens is.

Omdat niemand precies weet wat de juiste manier is om taal te bestuderen, is het belangrijk dat er verschillende methoden worden uitgeprobeerd en dat daarover af en toe wordt gebekvecht. Het is dus maar goed dat er niet één centrale instantie bepaalt wat de taalkundigen moeten doen.

 

6. Wat is je lievelingswoord?
Desalniettemin.

7. Heb je een taalwens, en zo ja, wat is het?
Ik heb enorm evangelische gevoelens over taal. Ik wil iedereen bekeren tot eindeloze opwinding over taal. Ik zal niet rusten voor er iedere avond op alle tv-zenders een programma over taal is van minstens een uur, het Internet bol staat van extatische besprekingen van het woord 'knuffelcrimineel', je bij de bakker kunt spreken over de consequenties van de recentste taalkundige ontdekkingen.

8. Wier of wiens taalgebruik vind jij inspirerend?
Er zijn twee Nederlandse schrijvers die ik allebei vooral bewonder om hun taalgebruik: Multatuli en Gerard Reve. In sommige opzichten waren dat stilistisch tegengestelden. Multatuli probeerde zich te ontdoen van allerlei onzinregels die er aan de schrijftaal werden gesteld. Een beschaafde literaire schrijver schreef naamvallen en klanken ('mensch') die niemand in zijn tijd ooit nog zou zeggen, maar Multatuli wilde daarvan af, die wilde schrijven zoals hij sprak. Reve voerde juist in zijn eigen stijl precies dat soort onzinnigheden weer in. Maar dat was natuurlijk in zijn tijd ook weer rebels. Daar houd ik kennelijk van, rebels, persoonlijk taalgebruik, een beetje wild zonder zo persoonlijk te worden dat het duister is.

9. Welke taal zou je nog wel eens willen leren en waarom?
Ik zou graag Russisch willen kunnen lezen, al is het maar om Tsjechov en Tolstoj in hun eigen woorden te kunnen lezen.

10.Ken je nog een leuke woordgrap, taalgrap of taalspelletje?
Ik ben de laatste tijd verslaafd aan Ruzzle, dat ik altijd in de trein van en naar mijn werk speel. Mijn gebruikersnaam is fonolog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen