Translate Milfy!

maandag 19 mei 2014

Geen zin om verschillende kanten van een verhaal te onderzoeken? Dan maak je maar zin!

Ophef alom: Nederlandse studenten kunnen niet meer schrijven. Wie dacht dat het onderwerp, dat steeds opnieuw stof doet opwaaien, te ruste was gelegd, komt bedrogen uit: vorige week stond er wéér een opiniestuk in de Volkskrant over de kwestie. Helaas lijkt de schrijver hiervan, Martin Slagter, de discussie totaal niet te hebben gevolgd, zo constateert ook dit stuk op Neder-L. Schrijven jongeren slechter dan vroeger? Geen idee: er is alleen anekdotisch bewijs. 


Sommige punten die in het stuk worden gemaakt zijn absoluut waar: schrijfvaardigheid is ontzettend belangrijk, en inderdaad denken ook wij dat alleen door middel van onderwijs de schrijfvaardigheid van jongeren verbeterd kan worden. Daarnaast vinden wij natuurlijk ook dat je geen 81 taalfouten in een stuk moet maken. Jammer is alleen wel dat de heer Slagter zich nog steeds baseert op het onderzoek van Van Eerden en Van Es, waar behoorlijk forse kanttekeningen bij zijn geplaatst door taalwetenschapper Marc van Oostendorp (zie dit stuk), en afgelopen zaterdag nota bene in De Volkskrant zelf door verschillende wetenschappers. De heer Slagter, die -ironisch genoeg- ageert tegen ontlezing, lijkt bijvoorbeeld niet te hebben gelezen dat dat onderzoek zich baseert op gegevens van 30 studenten – op geen enkele manier representatief voor ‘Nederlandse studenten’. Verder is er in het onderzoek één keer gemeten en kan er dus van een vergelijking met vroeger geen sprake zijn. Zie voor verder commentaar het uitstekende artikel van Ronald Veldhuizen, want er is meer mis. Het punt is: misschien neemt de schrijfvaardigheid inderdaad af, maar het genoemde onderzoek is daar geen bewijs voor.

Slagter ziet echter al zijn ideeën in het onderzoek bevestigd, en volgens hem is ook “inmiddels bekend” wat de oorzaken van de slechte schrijfvaardigheid zijn: “ontlezing, beeldcultuur, slecht of geen Nederlands thuis, afleiding door tv en computer”. Is dat zo? Waar is hier bewijs voor geleverd? Het doet allemaal denken aan de aloude angst van mensen voor televisie en internet: alle normen en waarden worden vernietigd door deze woeste, oncontroleerbare machines. Bewijs daarvoor wordt nooit geleverd. Als er wetenschappelijk onderzoek naar dit soort zaken gedaan wordt, halen alleen de ergste voorbeelden de krant, om daar herhaald te worden door doemdenkers.

Wij denken dat er iets anders aan de hand is. We gebruiken niet minder taal dan vroeger, maar we gebruiken taal wel anders. Mensen schrijven ontzettend veel, maar dat gebeurt steeds meer in relatief informele domeinen zoals Whatsapp, sms en internet. In die domeinen wordt vaak meer spreektaal gebruikt, en dat zorgt voor onduidelijkheid over regels. Een zakelijke brief, akkoord, die regels heb ik ook op school geleerd. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met de zakelijke e-mail? Of andere vormen van moderne communicatie? Wat zijn daarvoor de regels?

Hoe zorg je nu dat jongeren (en ouderen) beter gaan schrijven? Hoewel wij er geen bewijs voor hebben, denken wij (en we sluiten hierin aan in een lange traditie van taalkundigen) dat dit kan door één simpele notie te introduceren in het taalonderwijs: die van register. Wanneer je taal gebruikt, gebruik je verschillende registers: je praat anders met je oma dan met je vriendjes, en je schrijft anders op Whatsapp dan in een zakelijke brief. Weten welke taal je in welke context moet gebruiken, dát is nuttig. Weten dat het wel degelijk belangrijk is om goed te schrijven, maar ook weten dat je je taal moet aanpassen aan de context en de lezer. Leg studenten uit dat er voor verschillende domeinen verschillende regels zijn, en dat het belangrijk is om je daaraan te houden. Leg uit hoe ‘t kofschip werkt, en dat je al je zakelijke brieven moet controleren op dt-fouten. Maak echter niet de fout te denken dat de jeugd naar de verdommenis gaat als dergelijke fouten in een sms staan. Ander spel, andere regels.

En hoe zit het dan met spellingsregels en grammatica? Je moet die regeltjes toch gewoon goed erin stampen? Nee! Zoals taalkundige Jan Stroop al zei: “Het huidige schoolvak Nederlands heeft net zoveel met Nederlands te maken als ’t koken van een ei met natuurkunde.” Regeltjes stampen zonder context heeft geen zin. Wat wél zin heeft is mensen leren begrijpen waaróm ze dt-fouten maken. Recent onderzoek aan de Universiteit van Antwerpen wijst uit dat dit te maken heeft met de relatieve frequentie van voltooid deelwoorden en persoonsvormen van verschillende werkwoorden – ons brein heeft blijkbaar een voorkeur voor het gebruik van een frequente vorm, boven het gebruik van een regel. Als je dit uitlegt, ontstaat meer inzicht in de eigen fouten, en meer inzicht in het taalsysteem, waardoor studenten daadwerkelijk gaan begrijpen wat ze doen.

Los van het feit of er nu meer schrijfonderwijs moet komen, is het belangrijk om ook in dit geval stil te staan bij de manier waarop wij nieuws tot ons nemen. Ieder stuk heeft verschillende kanten, zéker wanneer het over wetenschappelijk onderzoek gaat. Laten we ons voornemen om, voordat we verontwaardigd in de pen klimmen, eerst eens te bedenken of we alle kanten van een zaak wel hebben bekeken. Verdiep je eens in het bewuste onderzoek, of beter nog: in de tak van wetenschap. Er is veel kennis beschikbaar, dus waarom foutieve aannames verkondigen, als er feiten voor het grijpen liggen? 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen