Translate Milfy!

vrijdag 27 maart 2015

Albanese erotiek aflevering 3: De Wolf en het Lam

door Vincent W.J. van Gerven Oei

Naast lemmata uit de Albanese erotische woordenschat bevat Tupja's Erotische woordenboek een niet klein aantal spreekwoorden, verzen en vertalingen, waaronder een serie variaties op de fabels van La Fontaine. Deze leidt Tupja als volgt in:

Volgens Aqif Qifa, doctor in de erotische wetenschappen en tevens mijn buurman en oude vriend, is een deel van de fabels van de fransman La Fontaine door de grote fabeldichter gedeformeerd of, juister gezegd, op afzichtelijke wijze 'ontmand' om ze op geheel morele wijze toonbaar te maken voor het puriteinse leespubliek van de zeventiende eeuw. Na langdurig en moeizaam onderzoek in de archieven van de Nationale Bibliotheek te Parijs heeft prof. as. dr. Aqif Qifa, onzelfzuchtig bijgestaan door onze gezamenlijke vriend Françesk Armadhi, niet weinig interessante ontdekkingen hieromtrent gedaan, een aantal waarvan hij me niet heeft onthouden om ons publiek, dorstend naar de schokkende waarheid, kenbaar te maken. Bij dezen dus tien fabels van La Fontaine in twee versies: degene die tot nu toe bekend was alsmede het origineel.

Noot: Tupja speelt hier uiteraard met namen. Aqif Qifa bevat tweemaal de stam qi- 'neuken' en Françesk Armadhi kan letterlijk worden vertaald als 'Frans Dikkelul'. Ik heb alleen Tupja's 'originele' versie van La Fontaines 'De wolf en het lam' vertaald, gebaseerd op de vertaling van mr. M.G.L. van Loghems De fabels van La Fontaine (Amsterdam: Mulder, z.j.).

X. DE WOLF EN HET LAM

Wie 't sterkst is, is ook sterk in 't redeneeren,
Gelijk men straks bewijzen zal.

Een lam stond aan een stroom, klaar als kristal,
En bevredigde zich naar zijn begeeren,
Toen met harde pik liep langs het pad
Een wolf, die het wel op schaapjesneuken had.
Wat maakt je zoo brutaal, dit water aan te raken,
En op mijn drinkplaats troebel het te maken?
Jou wacht het loon voor j' onbescheidenheid!”
Sire,” antwoordt zacht het lam, “moge Uwe Majesteit
Zich niet vertoornen mijnentwege,
Maar wel genadig overwegen,
Dat, waar ik ruk, het, naar ik gis,
Wel twintig pas stroomafwaarts is.
Er is hier dus onmogelijk sprake
Dat mijn zaad uw dronk zou troebel maken.”
Je doet het toch; en 'k heb ook moeten hooren
Dat je van mijn zuster, verleden jaar,
Hebt kwaad gesproken met elkaar.”
Hoe kon dat zijn? Toen was 'k nog niet geboren.
Ik ben nog niet gespeend; 'k ben bij mijn moeder.”
De wolf werd met elk woord verwoeder.
Je broer dan,” – “'k Heb geen broer.” – “Dan een van je geslacht!
Steeds wordt er wat op mij gevonden
Door jullie en je wouten en je honden.
Dat is mij dikwijls aangebracht.
En hoe 'k je neuk, dat zal je weten!”
Hij sleept hem mee in 't duister bos
En heeft, met geweld en op het mos,
Het arme lam daar hard genomen.


Volgende week de letters Ç en D!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen