Translate Milfy!

woensdag 11 september 2013

Een zin in een zin in een zin in een zin...

Vorige week beloofde ik jullie om iets te vertellen over recursie. Dat is een loeiheet hangijzer in de onvolprezen taalkunde, en wel omdat de Intelligent Creator van de taalkunde Noam Chomsky op enig moment beweerd heeft dat
recursie het cruciale verschil maakt tussen menselijke taal en dierlijke communicatie. Hoe zit dat?




Recursie is de talige variant van het droste-effect, tegenwoordig ook bekend van de Xzibit-meme. Het idee van recursie is dat je een eenheid hebt dat zelf weer deel uitmaakt van een grotere eenheid van dezelfde soort. Bijvoorbeeld: een vrouw met een droste-blik staat afgebeeld op een droste-blik, waarop een vrouw met een droste-blik staat. Enzovoorts. Een talig voorbeeld dan: neem de zin ‘u glimlacht’. Deze zin kun je inbedden in een andere zin, bijv.: ‘Ik zie dat u glimlacht’. Die zin kun je ook weer inbedden: ‘Ik denk dat ik zie dat u glimlacht’. Enzovoorts.

Terug naar Chomsky. Een van zijn bekendste en meest omstreden ideeën is dat alle talen van de wereld onderliggend dezelfde regels hebben. Chinees, Swahili en Nederlands lijken op het eerste gezicht misschien heel verschillend, maar onder die variatie zit volgens Chomsky een universeel patroon. Uiteraard zouden we heel graag willen weten wat dat patroon inhoudt, m.a.w. wat er universeel is aan alle talen van de wereld. Chomsky heeft samen met Marc Hauser en Tecumseh Fitch in een artikel uit 2002 beweerd dat dit recursie is.

Dat is nogal een claim. Er hangt onder andere mee samen dat:

1. recursie in alle talen van de wereld voorkomt (dus een taal zonder recursie bestaat niet of is geen echte taal);
2. recursie datgene is wat menselijke taal van bijv. dierentaal onderscheidt, dus apen kunnen misschien wel op enige manier communiceren, maar dat telt niet als taal omdat het geen recursie heeft;
3. babies taal kunnen leren omdat ze het cognitief-linguïstisch vermogen tot recursie bezitten. Apenbabies zouden dit vermogen niet bezitten.

Nu is er een man, Daniel Everett – een oud-student van Chomsky. Hij ging in 1977 op weg om de taal van de Pirahã, een stam in het amazonegebied, te beschrijven. En je voelt de bui al hangen: Everett zegt dat de taal van de Pirahã, treffend het Pirahã genoemd, geen recursie heeft. Waar wij zeggen: ‘Ik zie dat u glimlacht’, daar zou een Pirahã’er zeggen: ‘Ik zie het. U glimlacht.’ Niet een zin in een zin, maar twee zinnen naast elkaar.

Chomsky liet dit niet op zich zitten. Hij stelt: ook Pirahã’ers leggen bij zulke zinnen het verband dat het woord ‘het’ dat ‘glimlachen’ betreft. Ze zijn dus wel degelijk in staat tot het begrijpen van recursie – ze hebben dit cognitief vermogen. Je ziet het alleen niet in de zinnen; het is niet expliciet aanwezig in de syntaxis van die taal.

En hier, lieve intellectuele lezer, vindt u een wetenschapstheoretisch straagvuk van formaat. Want hoe bewijs je dat iets er is, wanneer je het niet kunt waarnemen? Als u ruzie zoekt met een taalkundige, moet u het woord recursie maar eens laten vallen. Kun je lachen.

6 opmerkingen:

  1. Dus: "recursie in alle talen van de wereld voorkomt (dus een taal zonder recursie bestaat niet of is geen echte taal)"

    ==>hoe uit zich dat in gebarentalen volgens Chomsky?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Leuke vraag, Joni! Chomsky wordt vaak verweten alleen naar het Engels te kijken; gebarentalen liggen meestal al helemaal buiten zijn blikveld. Maar volgens mij is het altijd goed daar juist óók naar te kijken!

      Ik vermoed dat gebarentalen ook 'gewoon' (syntactische) recursie hebben, en volgens deze definitie dus 'echte' talen zijn, maar dat weet jij beter dan ik. Kun je, bijvoorbeeld in NGT, zinnen inbedden? Hoe zou je 'Ik zie dat U glimlacht' vertalen? Zouden dat twee onafhankelijk zinnen worden, of is er een syntactisch signaal dat de ene constituent afhankelijk is van de ander? Bijvoorbeeld dat je een argument weglaat in de 'ik zie'-clause, of dat er een complementizer (in het gesproken Nederlands 'dat') in de zin staat? Ik ben benieuwd!

      Verwijderen
    2. Je stelt een hele interessante vraag waarop ik eventjes geen simpele antwoord kan geven mbt NGT. Kan je leuke discussies van maken.

      Juist gebarentaal, met simultane kenmerken, heeft vooral non-manuele markeerders ingebed waardoor alles net wat anders verloopt dan bij gesproken en dus sequentiële talen.

      Misschien om dat maar eens ook zo te overpeinzen: volgens Chomsky kan recursie bij sequentiële talen voorkomen. Hoe zit het dan bij simultane talen? Daaronder vallen gebarentalen.

      Om je vraag indirect te beantwoorden geef ik een voorbeeld, althans, dat tracht ik via geschreven taal te doen. Uhm... gebarentalen vertalen naar helder geschreven letters voor de lezer die niet thuis is in de transcribeer-wereld is een uitdaging wat ik graag aanga.

      "U glimlacht" U GLIMLACHEN:
      In NGT wordt dat geuit met de B1-handvorm (U) in de ruimte, vingers omhoog, palm naar ontvanger, eenmalige en korte beweging naar voren, dan vervolgens verandert de handvorm eerst in toppen van wijsvinger en duim op elkaar, rest als vuist met de palm naar de zender toe. Daarna breng je de wijsvinger en duim in een snelle beweging uit elkaar, zodat de wijsvinger en duim uitgestoken zijn (glimlachen). De mimiek geeft grammaticaal de semantiek weer. Dit is dus een zin.

      "Ik zie dat U glimlacht". ikZIENu 1wijsvinger GLIMLACHEN.
      In dit voorbeeld is er geen sprake meer van de B-handvorm (U). Het is veranderd in de 1 handvorm onder invloed van de context.
      ikZIENu (hier wordt de werkwoord vervoegd door 'ik' en 'u' beiden weg te laten (prodrop)), dan 1wijsvinger naar degene die glimlacht, dan sluit je af met het gebaar GLIMLACHEN.
      De ogen van de gebaarder kijken naar degene die glimlacht waarbij de gebaarder zelf glimlacht. De glimlachende mondbeweging verloopt synchroon met de beweging van het gebaar GLIMLACHEN. Kortom: er ontstaan zeer zeker geen twee zinnen, maar 1 zin.

      Een zijsprongetje: Als we even kijken naar hoofd-en bijzinnen....Gebarentalen kunnen in de syntactische ruimte absoluut net zo'n complexe en onafhankelijke zinnen/constituenten voortbrengen als gesproken talen door ook onder andere op bepaalde manier pauzes te construeren in je handen, lichaam en mimiek en beweging (vergelijkbaar met de beroemde komma's die in gesproken talen ontstaan omdat men nu eenmaal moet ademhalen).

      En om het nog ingewikkelder te maken: complementizer 'dat' bestaat niet in echte NGT. Een nog langer verhaal is nodig maar helaas, hier is er geen ruimte voor....dus ik beperk me tot het hoognodige neerschrijfsel en dat is nog lang niet compleet!

      En nee, ik waag me hier echter niet aan de uitspraak of recursie in NGT en andere gebarentalen wel of niet bestaan want er is al een flinke discussie gaande over de universalia van gebarentalen. Meer onderzoek nodig dus...:-)

      Verwijderen
  2. Gefeliciteerd! Je hebt Google heeft een nieuw woordje geleerd. Het luidt: straagvuk.

    (Gefeliciteerd dat je Google een nieuw woordje hebt geleerd, luidende straagvuk. (Vertoont deze variant nu echt meer recursie dan de eerste? Als je strikt naar de zinsbouw kijkt wel. Als je naar de inhoud kijkt volstrekt niet. Het Pirahã gebruikt dus kennelijk de methode van mijn eerste formulering, het Nederlands vaak ook, maar vaak ook methode 2. Lijkt me lastig om aan dat formele verschil al te veel conclusies op te hangen...))

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik ben het zeer met je eens, Gaston. De twee constructies die je gebruikt hebben hetzelfde effect, namelijk coherentie creeren tussen twee constituenten ('een nieuw woordje' en 'straagvuk'). Ik ervaar verder geen verschil in natuurlijkheid of complexiteit van de verschillende zinnen. Het is dus in die zin een oppervlakkig verschil: syntactische inbedding of niet.
      Als ik Chomsky's reactie goed begrijp, vindt hij daarom ook dat Piraha wel degelijk een gewone natuurlijke taal is. Waar het hem meer om gaat, is dat bijvoorbeeld dieren ook niet tot die eerste constructie in staat zijn: ze kunnen ook in betekenis die link niet leggen tussen 'een nieuw woordje' en 'straagvuk'. Dat is dan het echte verschil tussen menselijke taal en dierentaal, en dat is volgens hem een fundamenteel cognitief verschil.
      Zonder stelling te willen nemen vraag ik me vooral af wat 'recursie' dan precies is: een syntactisch vermogen (dus een linguistisch fenomeen) of een breder cognitief vermogen om verband te leggen tussen symbolen.

      Verwijderen
  3. De essentie van taal is niet recursie (een begrip dat blijkbaar niet goed gedefinieërd is) maar het verwijzende aspect. Taal is altijd verwijzend, en als je twee taalelementen met elkaar verbindt, dan heb je taal. Klopt ook bij gebarentaal. Chomsky''s idee klopt niet.

    BeantwoordenVerwijderen